Categories
Uncategorized

Zonder tas en handdoek

Zonder tas en handdoek
“Verdomme, waar zijn me spullen”, roept Peter bijna schreeuwend met hartkloppingen in zijn borst over het toch wel lege strand uit. Hij was even gaan zwemmen en langs de waterkant kwam die leuke jongen voorbij. Op een veilige afstand heeft hij de jongen gevolgd maar het is uiteindelijk niets geworden. Toen moest hij toch wel een groot stuk teruglopen naar de plek waar hij dacht zijn handdoek en tas achter te hebben gelaten. Een afdruk van die handdoek in het zand markeerde de plaats waar ooit zijn spullen hebben gelegen. Nu zijn ze weg. In steeds grotere cirkels loopt hij langs de duinrand op zoek naar zijn tas en handdoek. Eerst heeft hij lang over het strand en langs de waterkant getuurd om een eventuele dader te traceren. Niemand die met zijn uit duizenden te herkennen handdoek rondloopt en van zijn tas eveneens geen enkel spoor. Hij heeft nog geprobeerd een spoor van voetstappen te volgen dat vanaf de plek waar hij zijn handdoek en tas heeft achtergelaten naar de duinrand liep. Maar het helmgras langs de duinrand en het prikkeldraad vervaagde het zorgvuldig nagelopen spoor. Ook wanneer Peter 100 meter verder keek restten opgewaaide windstrepen het oppervlak. Bozer en bozer wordt zijn stemming afgewisseld met zorg over zijn autosleutels, de inhoud van zijn portemonnee en kleren. “Hoe kom ik nu thuis”, vraagt hij zich bijna met misselijk makend gevoel af. Met de achterkant van zijn hand veegt menigmaal de tranen over zijn wangen weg. Twee keer is Peter alweer teruggelopen naar de plek waar hij de hele dag heerlijk heeft gelegen. Dit brengt zijn handdoek en tas niet terug. Hij weet nu zeker, dat ze niet op het strand zijn en hij besluit langs de duinrand in de richting van het dorp te lopen. In de wijde omtrek is geen levende ziel te bekennen en Peter twijfelt opnieuw of hij wel op de juiste plek heeft gekeken. Weer loopt hij terug en weer is de plek leeg op de afdruk van zijn handdoek na.

Lange tijd heeft hij radeloos rondgekeken en zonder resultaat. Om kwaad van te worden. Als ze in zijn autopapieren kijken, dan weten ze het merk en kenteken van zijn auto. Zweet breekt uit bij de gedachte dat hij niet meer thuis kan komen. Langs de duinrand begint Peter opnieuw zijn tocht langs alle kuilen om zijn tas en handdoek terug te vinden. Vind ik maar mijn zwemslip, roept hij vertwijfeld. Hij denkt dat zijn spullen naar de strandopgang zijn meegenomen. De afslag verbindt het strand met de achtgelegen duinen dat halverwege een geasfalteerd fietspad kruist. Misschien liggen ze wel langs dat pad, vraagt Peter zich met een lichte vertwijfeling en tegen beter weten in af. Bij de strandafslag ziet hij veel mensen lopen en liggen. Eerst snel, later langzaam, loopt hij op de afslag af ondertussen zijn ogen goed de kost gevend. Hoe hij ook kijkt geen herkenbare handdoek en geen herkenbare tas. Hij durft niet zo goed piemelnaakt de strandafslag op te lopen en kiest na lang nadenken er voor om net voor de strandafslag onder het prikkeldraad door te kruipen en via de duinen naar het achtergelegen pad te gaan. Boven op de duinen waait het wel en iets gebukt loopt hij sluipend door het verboden gebied naar de andere zijde van de duinen. Na een tijdje verdwijnt het verboden gevoel en hij loopt voor de zekerheid parallel aan het strand terug naar de hoogte waar hij die hele dag op het strand heeft gelegen. Nog drie strandpalen te gaan telt hij in zijn gedachten wanneer hij twee verschillende stemmen hoort praten. Hij duikt snel achter een duintje en zich concentreert op de herkomst van het geluid. Het komt uit de richting voor hem en voorzichtig kijkt hij om zich heen. Hij hoort nog steeds de stemmen, maar ziet niemand.

Peter heeft dorst en trek in een sigaret. Op zijn gehoor loopt hij in de richting van de stemmen en in een duinpan treft hij twee jongens aan. Snel observeert hij de spullen van de jongens, maar zijn handdoek en zijn tas liggen er niet bij. De jongens kijken hem geschrokken en zichtbaar betrapt aan. Piemelnaakt zitten zij op hun handdoek en een van de jongens heeft een erectie. Hoewel zijn hoofd er niet naar staat reageert Peter zijn pik op dit aanzicht en zwelt aan tot een recht naar voren gerichte halve stijve. Peter groet met een licht knikje en loopt langs de jongens. Nog drie strandpalen te gaan, denkt hij en hij hoopt dat hij zijn tas en handdoek weer terugvindt. Ben wel dorstig bedenkt hij zich terwijl hij met zijn tong zijn lippen bevochtigt.

Achter zich hoort hij een roep en terwijl hij doorloopt kijkt hij achterom. Een van de jongens gebaart naar hem. Peter staat stil en draait zich naar de jongen toe. Misschien houdt die jongen straks wel zijn tas in de lucht, hoopt hij vurig. Hoe hij die dan terug zal krijgen, daar denkt hij maar niet aan. De jongen gebaart met zijn arm te komen. Peter kijkt even om zich heen en draait zich om. Nog geen tien meter verder hoort hij de haastige voetstappen door het zand klinken. “Hé jij daar”, roept de jongen weer. Peter staat stil en de jongen komt naderbij. “Mijn vriend vraagt of hij je even mag neuken”, vraagt de jongen zonder omhaal van woorden.

Peter schudt ferm nee met zijn hoofd en lacht zenuwachtig. “Kom op, laat je lekker naaien, joh”, zegt de jongen weer, terwijl hij met zijn hand over het dijbeen van Peter wrijft. Peter krijgt van de aanraking een volle erectie. Ook de jongen staat met een stijve naar boven gericht. Zijn kop is een beetje paars en de voorhuid is helemaal achter de eikelriem getrokken. Een druppel voorvocht komt uit zijn pisgaatje. De vriend van de jongen is ondertussen ook naar hen toe gelopen. “Hij wil niet door je geneukt worden”, wordt hem verteld. “Kom op man… laat die hoerige bollekont van je even naaien”, zegt de jongen weer tegen Peter wanneer die hem recht in zijn gezicht aankijkt. Peter schudt weer heftig nee. “Je hebt een stijve dus je hebt wel zin”, houdt de jongen aan terwijl zijn vriend om Peter heen loopt. Peter ziet dat de stijve paal van de jongen is voorzien van een condoom en helemaal glibberig is van een glijmiddel. “Je kijkt begerig, man. Ik zie het in je ogen”, zegt de jongen zacht terwijl hij de bovenarm van Peter omklemt. Peter rukt zich los en stoot tegen de vriend van de jongen aan die inmiddels achter Peter staat. Die omklemt onder de armen van Peter door zijn borst en duwt Peter iets naar voren. De andere jongen laat zich vallen en omklemt de enkels van onze ongelukkige vriend. Met kracht worden de voeten van Peter verder uit elkaar gezet. Een harde paal voelt Peter tussen zijn bilnaad drukken. Door de kracht glijdt de gladde paal van de jongen langs zijn bilnaad naar zijn rug. Peter bekomt van de schrik en roept dat ze moeten ophouden. De verkrachter is sterker dan Peter en houdt hem in bedwang. “Zit je erin”, schreeuwt de jongen na een tijdje tegen zijn vriend terwijl hij met moeite de zich verzettende enkels in bedwang houdt. “Nee”, kreunt de jongen, “hij wil niet…”. “Wacht even”, zegt de jongen weer. Peter staat te vloeken en te tieren en dreigt met aangifte bij de politie als ze niet onmiddellijk ophouden. De jongens lachen schamper en een van hen zegt dat Peter niet moet zeuren. Hij vraagt er immers zelf om, anders liep hij hier niet. “Druk hem is naar voren”, zegt de jongen terwijl hij naast zijn vriend staat. De vriend duwt Peter zijn bovenlichaam naar voren. De jongen pakt de stijve pik van zijn vriend en leidt die naar de anus van Peter. Peter voelt de kop van eikel tegen zijn anus aandrukken en schreeuwt, “Nee”. “Kom op, joh, je zit er nu voor, druk hem ertussen”, zegt de jongen tegen zijn vriend. De vriend duwt de eikel van zijn pik tegen de anus van Peter en perst, begeleid door de hand van de jongen, verder naar binnen. Peter voelt een natte glibberige warme pik tegen zijn anusholletje aandrukken. Door zijn billen samen te knijpen probeert hij zijn belager voor de ingang van de poort tegen te houden ondertussen moord en brand schreeuwend dat ze moeten ophouden. “Dit heeft geen zin”, zegt de vriend resoluut en laat Peter snel los en doet een paar stappen achteruit. De jongen kijkt woedend naar zijn vriend en ziet daardoor de vuist in zijn maagstreek te laat aankomen. Met een doffe klap daalt de vuist van Peter op de ontspannen buik van de jongen neer, die kort daarna naar adem happend op de grond neerkomt. “Hufters”, roept hij de jongens na wanneer Peter zich snel uit de voeten maakt.

Het duurt een tijd voordat Peter buitenadem van het harde lopen achter zich durft te kijken. De jongens zijn hem gelukkig niet achterna gelopen. Snel telt hij de strandpalen na en ontdekt dat hij er bijna is. Vaag ziet hij de afdruk van zijn handdoek weer in het zand, maar geen tas en geen handdoek. Langs de prikkeldraad afscheiding loopt hij naar de hoogte van de plek waar hij heeft gelegen. Geen tas en geen handdoek. “Verdomme”, en een paar tranen sieren zijn verhitte hoofd. Peter voelt zich ellendig, dorstig en verlangt naar een sigaret. Op een plukje hemgras gaat hij zitten en denkt na wat hem nu te doen staat.

Nadat hij onder het prikkeldraad is gekropen staat hij weer bij de afdruk van zijn handdoek. Weifelend vraagt hij zich af wat hij moet doen. Hij loopt nog een keer langs de duinrand in de richting van het nog geheel verlaten strand. Een half uur later is hij bij de strandafslag dat het naaktstrand van het textielstrand scheidt. In elke duinpan langs het strand heeft hij gekeken en elke keer is hij weer teleurgesteld. Zijn tas en handdoek zijn en blijven weg. Uiteindelijk besluit hij terug te lopen naar het dorp. Bij de plek met de afdruk van zijn handdoek kijkt hij nog eenmaal langdurig rond, echter zonder het gewenste resultaat. Met een zucht vervolgt hij de weg langs het prikkeldraad en komt uiteindelijk bij de strandopgang terecht. Na de volgende afslag bevinden zich een rij strandtenten. Hij heeft dorst en hij loopt naakt langs de strandtenten op zoek naar een waar het rustig is. Tot zijn verbazing blijken veel strandtenten niet meer geopend te zijn. Van een staat de deur nog open, maar de strandbedden zijn nog uitgestald. Hij loopt wat onwennig naar binnen en vervolgens naar de bar. Gelukkig is hij de enige in de zaak.

De jongen achter de bar kijkt even vreemd op als hij de slanke jongen met zijn kort donkerblonde haar piemelnaakt voor hem ziet staan. “Hoi”, zegt Peter schuchter. De barjongen stopt even waarmee hij bezig was. “Waar is het toilet”, vraagt Peter tenslotte. De barjongen wijst naar buiten. Peter kijkt met de wijzende arm mee naar het strand en constateert dat er dus geen toilet aanwezig is. “Mag ik een glas water”, vraagt Peter. De barjongen kijkt hem aan en wil een vraag stellen. Schouder ophalend vraagt hij met of zonder bruis. “Gewoon kraanwater”, vraagt Peter. De barjongen fronst zijn wenkbrauwen en kijkt naar de lege handen van Peter. “Heb je geld”, vraagt de barjongen. Peter knikt van niet met zijn hoofd. “Ik ben mijn spullen kwijt”, verklaart Peter zijn situatie. “Aha”, knikt de barjongen nu wel begrijpend. De barjongen pakt zwijgend en zonder verder vragen te stellen en groot bierglas en vult die met kraanwater. Gulzig drinkt Peter in een teug het glas leeg en geeft het glas weer terug aan de barjongen. Die vult het glas nog een keer en geeft die weer aan Peter. Minder gulzig dan zojuist drinkt hij ook dit glas in een hoog tempo leeg. Na zijn vierde glas water bedankt Peter de barjongen vriendelijk. “Waar ben je jouw spullen kwijtgeraakt”, vraagt de barjongen. Peter schat hem van zijn leeftijd en vertelt beetje hortend en stotend van schaamte zijn verhaal. De barjongen luister begrijpend en is een beetje onthutst van de gebeurtenissen. “Wel lastig”, concludeert de barjongen op het einde. “Wat ga je nu doen?” Peter haalt zijn schouders op en zegt dat hij het nog niet weet. De barjongen geeft Peter een sigaret en houdt een vuurtje bij het uiteinde. Tevreden met zijn sigaret neemt Peter maar even plaats op een van de barstoelen aan de bar. De barjongen zegt hem dat hij hem graag zou willen helpen, maar dat hij een afspraak heeft. Peter is zichtbaar teleurgesteld. Nadat hij zijn sigaret heeft uitgedrukt bedankt hij de barjongen vriendelijk en loopt de strandtent uit. Omdat er geen mensen meer op het strand zijn besluit Peter via de strandafgang naakt de duinen in te lopen. Evenwijdig aan het fietspad loopt hij in de richting van het dorp. Behoedzaam volgt hij een zanderig paadje door de duinen. Wanneer hij in het zicht van het fietspad is rent hij snel naar een beschutte plek.

Deze plek heeft Peter van ten voren niet kunnen observeren. Oog in oog staat hij piemelnaakt voor de twee jongens die hij die morgen eerder heeft ontmoet. Peter voelt zich nog naakter nu de jongens weliswaar spaarzaam gekleed zijn in een slip en shirt. “Hé, kijk is wie we daar hebben”, zegt de jongen met een gulle glimlach. Zijn vriend grinnikt en betast meteen zijn kruis. Peter kijkt snel om zich heen om te kijken welke vluchtroute hij kan nemen. De vriend gaat wijdbeens staan en betast door zijn slip de steeds groter worden pik. Dan veert hij de band van zijn slip onder zijn ballen en een lange slanke staaf komt te voorschijn. Peter kijkt toch wel een beetje gebiologeerd naar het formaat en voelt ongewild ook zijn pik in groeien. “Hij heeft nog steeds zin”, zegt de jongen tegen zijn steeds zwijgende vriend. De jongen pakt de erectie van de vriend en begint pompende bewegingen te maken. “Lekker man, deze in je te voelen”, zegt de jongen in het wilde weg. De vriend heeft zijn ogen gesloten en geniet zichtbaar van de trekkende bewegingen aan het aanhangsel van zijn onderlichaam. De jongen laat zijn vriend los en stapt op Peter af.

Peter durft niet weg te lopen, want hij hoort achter zich stemmen. De vluchtroute is afgesneden. De jongen wrijft teder over het dijbeen van Peter. Peter ziet zijn pik in volle omvang toenemen en ook de jongen verbergt een stijve piemel achter de stof van zijn slip. “Mmmm”, neuriet de jongen zacht. “Lekkere pik heb je”, hoort Peter hem zeggen, terwijl de hand van de jongen langs de achterkant van het dijbeen naar boven wrijft. De warme hand van de jongen voelt prettig aan en Peter laat de betasting van zijn billen en bilnaad toe. De vriend heeft zijn slip tot aan zijn enkels naar beneden getrokken en trekt zich in een gestaag tempo af. “Wil je die niet in je hebben”, fluistert de jongen zacht terwijl hij naar de pik van zijn vriend wijst. “Neem hem zelf in je”, antwoordt Peter ad rem. De jongen grinnikt en doet een stap naar achteren en trekt de slip langs zijn benen naar benen. Zijn stijve wipt hoorbaar tegen zijn onderbuik aan. “Jij eerst”, zegt de jongen. Peter knikt ontkennend en kijkt de jongen strak aan. “Nou ja, dan niet”, mompelt de jongen in zichzelf. Wanneer de jongen zijn rug naar Peter toekeert ziet hij dat de jongen rond zijn billen glimt van het vocht. “Heb je een sigaret voor me”, vraagt Peter terwijl hij langzaam naar hem toeloopt. De jongen kijkt verbaasd om en zegt dat hij er een uit zijn tas zal pakken.

Peter staat nu achter de jongen die gebukt boven zijn tas staat. “Laat je jou nog neuken”, vraagt Peter. Met de top van zijn eikel tikt hij even tegen de bevochtigde billen van de nog steeds gebukte jongen. Peter zoekt oogcontact met de vriend die nog steeds trekkend aan zijn stijve piemel het gesprek en hun bewegingen volgt. De vriend lijkt in tranche want hij reageert op geen enkele manier. Een sigaret wordt met een aansteker in zijn hand gedrukt. “Ik eerst”, zei je toch. Peter knikt schaapachtig. De jongen gaat voor de zich aftrekkende jongen staan en bukt een beetje naar voren met zijn benen stijf tegen elkaar aan. De vriend duwt zijn stijve pik tussen de billen van de jongen en maakt korte en heftige neukbewegingen. Af en toe verkrampt de jongen van het geweld dat achter hem plaatsvindt. Na een paar minuten heeft de jongen er genoeg van en pakt gebukt weer iets uit zijn tas. Tegen het niets zegt de jongen, dat het te heftig was.

Peter tikt weer met zijn stijve tegen de billen van de jongen. Dan leidt hij de eikel van zijn pik naar de vochtige bilnaad van de jongen. “Kom maar hoor”, hoort hij hem zeggen en Peter pakt de taille van de jongen en drukt zijn penis tegen de vochtig en warm aanvoelende anus. Even drukt hij door en gemakkelijk glijdt de eikel van Peter in het holletje van de jongen. De jongen kreunt lichtjes en verzet een van zijn voeten. Peter voelt dat hij ruimte krijgt en drukt zijn middel nog meer naar de jongen toe. Hij voelt het eikelrandje langs de anusriem van de jongen glijden en dringt langzaam de volledige lengte van zijn pik naar binnen. De jongen zuigt tussen zijn adem lucht naar binnen.

Naast zich hoort Peter gesnuif als hij tergend langzaam zijn harde mast volledig terugtrekt en daarna weer in de volle diepte van het holletje van de jongen brengt. De vriend heeft een paar stappen hun richting in gedaan en loopt in een razend snel tempo aan zijn pik te rukken. Uit de pimpelpaars gekleurde eikel van zijn harde erectie vliegen vochtige spatten voorvocht in het rond. Met een oerschreeuw, aangespannen dijen en een rood aangelopen hoofd verlaten na veel gesnuif de lichaamssappen de testikels van de klaarkomende jongen. Witte vlokken schieten over de rug van de gebukte jongen en landen op de blaadjes van de daar gelegen struik om daarna traag naar beneden te druppen. Peter trekt zich uit de jongen terug en doet een paar stappen terug terwijl de vriend woest de laatste druppels uit zijn pik perst. De jongen en Peter kijken beiden hoe de vriend van zijn inspanning weer bijkomt. “Lekker”, is het enige wat de vriend zegt. Hij trekt daarna snel zijn slip omhoog pakt zijn tas en mompelt iets van “Doeg” en loopt weg. “Ik ken hem ook pas sinds het strand”, verklaart de jongen de vragende blik van Peter.

Peter heeft nadat hij om water heeft gevraagd zijn inmiddels half stijve piemel schoongewassen. De jongen heeft nog een poging gedaan om Peter tot een tweede penetratie te verleiden. Begrip krijgt Peter pas nadat hij heeft uitgelegd wat hem die morgen is overkomen en dat hij nog steeds op zoek is naar zijn tas en zijn handdoek. De jongen trekt zijn slip weer aan en werpt hem een kleine handdoek toe en zegt dat hij die wel kan omslaan wanneer ze naar de parkeerplaats lopen. Misschien dat Peter zijn auto er nog staat. Peter vindt het een goed idee en het beste alternatief voor nu. Over het pad dat evenwijdig aan het fietspad struinen ze richting de parkeerplaats aan de zuidkant van het dorp. De handdoek is te kort voor de taille van Peter en is inmiddels een paar keer op de grond gevallen.

De jongen, Paul, heeft zwart haar, bruine ogen en is iets korter dan Peter. Zijn huid is door de zon al redelijk bruin getint. Peter, slank en lang met zijn korte donkerblonde kop en blauwe ogen is minder gespierd dan zijn metgezel. Een toefje borsthaar siert inmiddels zijn slanke borst.

“Ik kan niet zo snel lopen als jij”, roept Peter Paul na. “Ik heb geen schoenen aan”, verontschuldigt Peter zich. Paul besluit zijn gympen ook uit te doen. Met de handdoek in zijn hand volgt Peter de verlosser van zijn probleem. Wanneer zij een steile duin opklimmen heeft Peter volzicht op de bollekont van Paul. De stof van de slip ziet een beetje vettig van het vocht dat op zijn billen. “Geil gezicht”, zegt Peter. “Wat?”. “Geil gezicht, dat kontje van je”, verduidelijkt Peter. Paul moet hierom grinniken en ze zetten weer een paar stappen naar boven. “Weet je wat nog geiler is? “Nou”, antwoordt Peter. “Wacht maar!”. Paul pakt de band van de slip aan de achterzijde en trekt hem over zijn billen langs zijn benen naar beneden. Schuin van onderen ziet Peter de wijkende bilnaad, het geschoren holletje en een zwaaiende balzak. “Geil?”. “Yep”, antwoordt Peter die zijn pik snel weer stijf voelt en ziet worden. Beide jongens klimmen zwijgend weer een paar meter. “Nog niet op de top”, roept Paul wanneer die stil staat. Peter neemt zijn kans waar en botst per ongeluk tegen Paul op met de pik tussen diens bilnaad. “Mmmm”, bromt Paul. “Lekker geil kontje heb je”, fluistert Peter. Paul pakt de steigerende pik van Peter en voert hem naar zijn nog steeds vochtige holletje. “Weet je wat geil is?” “Nou?” “Je schuift even lekker in me en we klimmen samen naar boven”. Peter duwt zijn pik tegen de anus van de jongen die hem zonder tegenwerking toelaat. Weer voelt Peter zijn eikelrandje gretig en gevoelig langs de anusriem van de jongen schuren. “Ik duw” en Peter zet een stap naar voren. Zonder enige neukbeweging te maken glijdt de staaf van de slanke jongen in de geschoren bolle kont, terwijl ze stap voor stap naar boven klimmen. “Lekker?” “Mmmm”, gromt Peter uit zijn keel. Het pad naar beneden is steiler dan het gedeelte naar boven. “We moeten nu omgedraaid naar beneden” “Joh, dan zien we niet wat er aan komt”. “Nou en…. ” Peter loopt om Paul hem heen terwijl Paul om zijn as draait. “Ik duw”, roept Paul en zet zijn eerst stap naar achteren. Bijna vallend en lachend strompelen en glijden de jongens van de heuvel af naar beneden. Wanneer Paul op zijn knieën valt jaagt Peter zijn staaf meerdere keren snel tussen de billen van Paul.

Kinderstemmen zijn de oorzaak dat zij vliegensvlug van elkaar loskomen en in een draf de heuvel aflopen naar een lager gelegen beschutte duinpan. Nog nahijgend van hun lichaamsbeweging nemen ze beiden een fors aantal slokken van de fles water van Paul. Peter spoelt zijn pik een beetje schoon en gebruikt na toestemming de kleine handdoek van Paul om zich een beetje af te drogen. “Lekker man”, hijgt Peter nog na.

“Ik ga kijken of mijn auto er nog staat”, zegt Peter uiteindelijk. “Loop wel even met je mee”. “Hoeft niet hoor, het wordt nu pas lekker weer, zonde van je tijd”. “En mijn handdoek dan”, glimlacht Paul. Peter haalt zijn schouders op en de beide jongens nemen het zandpad weer richting de parkeerplaats. Onderweg vertelt Paul over zijn ontmoeting met de stugge jongen en de angstwekkende ervaring van Peter in de duinen met hen. Paul stelt hem gerust en geeft aan dat het een spel is geweest. Wat je een spel noemt, denkt Peter.

“Jippie”, roept Peter verheugd. Verlaten staat zijn auto op de parkeerplaats. Zo snel als hij kan rent hij naar zijn voertuig. Onder de ruiterwisser van de bestuurder is een stukje papier aangebracht. Snel grist hij het papiertje naar zich toe en leest. Wij vonden je spullen op het strand. Je autosleutels en spullen liggen bij de benzinepomphouder. “Verdomme”, vloekt Peter luidt, “Wat is dat nou? Kunnen ze nou niets laten liggen en er af blijven.” “Joh, wees blij dat ze daar liggen”, vergoelijkt de jongen de teleurstelling van Peter. Peter blijft mokkend kwaad terwijl hij naar het benzinepompstation loopt.

Verheugt loopt Peter Paul tegemoet, die bij de auto is blijven wachten. Zijn geld, zijn autopapieren en bankpassen, handdoek en proviand waren allemaal nog aanwezig. Een ouder echtpaar had de spullen afgegeven, nadat ze eerst lange tijd over de parkeerplaats hebben gelopen om de bijhorende auto te zoeken. Peter, al lang blij, dat hij zijn spullen terug heeft besluit een aantal zaken in de auto achter te laten. Paul vraagt of het goed is dat ook hij een aantal zaken achterlaat. Mooi, dat wordt lol vanmiddag denkt Peter als hij aangeeft daartegen geen bezwaar te maken. Van het idee krijgt hij meteen een stijve.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *